Het dichtgeslagen open boek

Het kriebelde. Het jeukte.
Schrijven, ik wilde schrijven.
Schrijven over mij. Het van me afschrijven. Ik wilde er van af. Het moest er uit.
Ik wilde hier zo graag schrijven, maar het lukte niet.

Ik kan de woorden niet vinden. Krijg ze niet op een rijtje. Ik ben in de war, bang, boos en verdrietig. Vier emoties die overheersen. Ze overheersen in zo´n mate dat ik niet meer weet hoe het uit te leggen. Zoveel gevoelens die door mijn hoofd spoken. Zoveel gedachten en scenario´s spelen zich als korte filmpjes af in mijn hoofd en ik krijg het gewoon niet helder. Stemmingswisseling. Jantje lacht, Jantje huilt. Ik steek mijn kop in het zand en negeer het. Een paar tellen later word ik overvallen door de emoties en de pijn en ben ik een zielig klein hoopje stront.
Ik klap dicht. Ik kan over van alles en nog wat schrijven, deze keer alleen niet over mezelf. Het lukt gewoonweg niet. Het open boek, wat ik altijd ben geweest in mijn blog, dat boek dat klap ik dicht. Ik trek voor de buitenwereld mijn muur weer omhoog en ik zoek mijn allermooiste masker.

Ik wil niet zielig gevonden worden. Ik wil geen meelij. Ik wil niet klagen. Ik wil niet zeuren.
Ik wil enkel en alleen m´n woorden terug vinden, m´n verhaal kwijt en een oplossing voor de pijn.

Dat is alles wat ik vraag.

Henk en Ingrid zinken steeds dieper

Van de week gebeurde het. Ineens.
Ik heb er vaker over nagedacht. Ik heb me er vaker over opgewonden, maar van de week was het toppunt. Ik maakte mezelf kwaad. En ik ben er van overtuigd, want dat is niet zo heel moeilijk om te denken, dat er veel en veel meer mensen net zo kwaad zijn als ik of zelfs erger.

Geld. Geld maakt niet gelukkig. Heel cliché, maar toch zeg ik dat geld misschien niet gelukkiger maakt, maar wel veel en veel gemakkelijker. En vandaag de dag kunnen we er niet meer omheen. Nederland zit in een diep dal. Een economische crisis. Er moet flink bezuinigd gaan worden. Wederom. Meer dan voorgaande jaren. Aan alle kanten wordt er aan ons getrokken. De huizenmarkt ligt op zijn gat. Zorgpremies stijgen en ze zijn al zo hoog. Het eigen risico gaat bijna verdubbeld worden tot 400,-. De basis-pakketten worden versimpeld.
Dan hebben we ook nog dat ze de onbelaste woon-werkvergoeding willen afschaffen. Volgens de Kamerfracties CDA, VVD, D66, Groen Links en de ChristenUnie levert dat niet alleen bijna 2 miljard euro op, het leidt ook tot vermindering van de milieu- en filedruk. Ze willen dat iedereen dichter bij zijn of haar werk moet gaan wonen. Alsof dat haalbaar is met deze huizenmarkt. Er is niet overal evenveel werkgelegenheid. En men verkoopt zo snel zijn huis niet.
Lees verder

Moederdag

Sinds jaren ben ik eindelijk weer eens op Moederdag bij mijn moeder. Mijn vader is op 10 mei jarig en dat wordt meestal de zaterdag voor Moederdag  gevierd. Aangezien we alle drie niet echt om de hoek wonen,  komen mijn broer, zus en ik vaak niet meer op Moederdag zelf.
Sowieso is het erg zeldzaam dat alle drie de kinderen tegelijkertijd bij ons pap en mam op visite zijn. Dit jaar dus ook niet. Mijn zus is een bezig bijtje en is vaak afwezig bij feesten en partijen, maar zij mag dat. Niemand neemt haar iets kwalijk. Ik ook niet. Ik gun haar de vrijheid die zij nodig heeft, zolang het nog kan.
Mijn broer was er gistermiddag eventjes, maar ook hij verliet het ouderlijk huis vrij vroeg om zich bezig te houden met andere dingen.
De enige van de drie kinderen, die bij de verjaardag van mijn pa aanwezig was, was ik. Het was leuk. Ouderwets gelachen. Fijn.

Ik had van te voren besloten dat ik zou blijven slapen. Ten eerste kon ik dan een borrel drinken en ten tweede kon ik, net als vroeger, ouderwets een ontbijtje maken voor mijn moeder en haar cadeautje op bed brengen. In pyjama. Dat hadden we afgesproken.Zo gezegd, zo gedaan. Om half tien vanmorgen ben ik naar beneden geslopen en ben ik de tafel gaan dekken. Ik hoor jullie denken: “Op Moederdag geef je je moeder ontbijt op bed”. Ik dus niet. Mijn moeder vindt het gezelliger om in pyjama met z´n drietjes aan de ontbijttafel te ontbijten. En omdat het Moederdag is en dat haar wens is, doen we dat.
Ons pap kwam een kwartiertje later naar beneden. Hij ging de eitjes koken en bakken en ik deed de rest. Net als vroeger. Nostalgisch.
Toen het allemaal bijna klaar was, ben ik met mijn cadeau en gedicht naar boven geslopen en heb ik haar zachtjes wakker gemaakt met een knuffel en een kus. Net als vroeger riep ik voorzichtig: “Goedemorgen! Gelukkige Moederdag, lieve mama”  en ik gaf haar mijn cadeau.

Moederdagcadeau

Nadat ze haar cadeau had uitgepakt en bewonderd heb ik het gedicht voorgedragen. Meteen daarna pakte ik haar vast, kuste haar en fluisterde in haar oor dat ik van haar hou en dat ze de allerliefste mama is. De liefde die ik toen terug kreeg was fenomenaal en grandioos. Fijn om te horen van je moeder hoeveel ze van je houdt en hoe trots ze op je is.
Ook al ben ik dertig, ook al ben ik volwassen, als ik bij mijn moeder ben, voel ik mij weer kind.

Na het ontbijt stond ik even buiten in de voortuin te roken en te genieten van de zon. Ons mam kwam bij me staan en zei me hoe fijn ze het vond dat er eindelijk weer eens iemand was op Moederdag. Dat het zeker alweer tien jaar geleden moest zijn geweest dat ze één van haar kinderen om haar heen had op Moederdag. Graag gedaan mama!
Ik hou van jou!

Blogging and Being Yourself

Reblogged from Outside Air:

Click to visit the original post

Today is my baby blog’s first birthday! I can’t believe my baby is growing up :]

It was a slow-going endeavor when I first started blogging. I had but a handful of readers (mostly related to me) and in those early days, one of my first thoughts in writing was always, “how can I get more readers?” Even then, I didn’t write just to be read; I write because I love doing so.

Lees meer ... 778 more words

Usually I never reblog a post of someone else. I hate the reblog-button, but this blog has to be read by everyone! A Masterblog!

Bah.

Frustraties aan alle kanten. Míjn kant vooral. Frustraties door de pijn. Frustraties door de angst. Frustraties door het gevoel niet begrepen te worden. Frustraties alom.

Al negen weken lang pijn. Pijn in mijn lijf. En het lijkt erger te worden. Zo had ik vorig weekend extreem dikke opgezette vingers. Nee, ik had niet lang gewandeld, waardoor ze dikker waren geworden. Ik werd namelijk net wakker. De ring die ik om mijn linker middelvinger heb zit normaliter los. Zo los, dat ik hem tegenhoud met een andere ring. Nu was het zo erg, dat ik beide ringen geen millimeter kon verschuiven en de buitenste ring, die de losse tegenhoudt, zo strak zat dat het pijn deed.
De laatste dagen waren mijn benen aan de beurt. Het gevoel dat mijn spieren compleet verzuurd zijn. Niet eventjes, maar de hele dag door. Alsof er 100.000 kleine scheurtjes in mijn spieren zitten. En zo kan ik nog wel even doorgaan met opsommen van klachten en pijntjes.

Maar goed, deze morgen ben ik, na lang aandringen van naasten, wederom naar de huisarts gegaan. Met lood in de schoenen en dat terwijl mijn benen al zo zwaar voelen. Met lood in de schoenen, omdat ik een hekel heb aan artsen, maar ook omdat ik een zwartkijker ben en de worst-case scenario al een keer of tweehonderd heb afgedraaid in mijn hoofd. Natuurlijk wil ik weten waar ik aan toe ben, wat het is, waar ik last van heb, maar het is toch niet zo gek en onmenselijk om daar vreselijk bang van te worden?

Mijn eigen huisarts was met vakantie, dat zal je altijd zien. Toch gaf de vervangende huisarts mij het gevoel dat hij mij serieus nam (nee, ik had mijn kleding gewoon aan!). Ik vertelde dat ik het bezoek lang had uitgesteld, probeerde zo duidelijk mogelijk uit te leggen dat ik regelmatig door de grond ga van de pijn en dat ik wil weten wat er met me aan de hand is.
Nadat de arts wat in mijn spieren had geknepen en een aantal gerichte vragen aan mij te hebben gesteld, kroop de beste man achter zijn computer met een zorgelijke blik. Hij vertelde mij mijn bloed af te willen nemen, een APKtje. Al mijn organen wil hij nakijken en meer. Eén zin die hij zei blijft knagen en door mijn hoofd circuleren: `Er zit iets niet goed`. Ik vroeg hem waar hij naar gaat kijken bij de bloedtest of hij gericht naar iets zoekt. Hetgeen waar hij aan denkt, is hetgeen wat ook al weken door mijn hoofd spookt. Weke delen reuma, ook wel Fibromyalgie genoemd. Dat kwam hard binnen. Ook zei hij me dat ik meer en beter om mezelf moet denken. Niet altijd maar door willen gaan. Op de rem trappen waar dat nodig is. Tja, iedereen roept dat al weken naar me, maar als een arts dat zegt, komt dat toch harder aan.

Ik ben hier best wel van slag van. En gerustgesteld ben ik nog lang niet. Na het weekend moet ik bellen voor het eerste deel van de uitslag en eind volgende week waarschijnlijk de rest, want dat moet op kweek gezet worden. Ik moet dus afwachten. Bah. Ik haat wachten. Ik haat dit. Ik haat de pijn en ik haat de onzekerheid.

Ik heb besloten dat ik heel bewust niet ga zoeken naar feitjes en weetjes over Fibromyalgie. Ik ken er al een hoop, doordat een aantal mensen in mijn eigen omgeving hier mee te maken hebben, maar ik hoef het fijne er nog niet van te weten. Geen details. Dat zou me alleen maar nog gekker maken. Zolang ik niet zeker weet of dit hetgeen is, ga ik me wel focussen op iets anders. Bang, dat ben ik wel. Bah bah bah.

Daar ga ik dan…

Zoals de meesten van mijn bloglezers wel weten, zing ik graag. Niet en public, want daar ben ik veel te schijterig voor. Ik zou dolgraag wel eens wat zanglessen willen volgen om wat meer kennis te krijgen van techniek en daarmee iets meer zelfvertrouwen te kweken, maar dan moet ik het eerst financieel wat breder krijgen.

Een aantal maanden terug heb ik met pijn en moeite durven zingen voor een klein publiek. Toen heb ik gezongen voor mijn lieve beste vriendje uit het oosten des lands. Het gaf wel een kick, maar als ik dat terug luister ben ik verre van tevreden. Toch ben ik blijven zingen. Zingen voor mezelf en voor mijn naasten.
Gisteravond hebben m´n lief en ik een beetje zitten prutsen met een pc, wat ingewikkelde abracadabra programma´s waar ik de ballen verstand van heb en een microfoon en heb ik het nummer Beautiful van Christina Aguilera opgenomen. En dat is niet alles. Het staat zelfs op YouTube.

Doodeng vind ik het. Echt, VRE-SE-LIJK. Gewoon, omdat ikzelf alle onzuiverheden en misstapjes hoor. Gewoon, omdat ik een perfectionist ben.
Toch wil ik mijn probeersel jullie niet onthouden.
Daar ga ik dan…

Zijn durp.

Dit jaar ´vierde´ ik Koninginnedag in Friesland. In fokking Friesland. Niet in een grote stad in Friesland. Nee, in een dorp. Een dorp, die maar liefst 750 inwoners teltNu moet ik bekennen dat ik niks met Koninginnedag heb. Mij te druk. Teveel mensen, teveel indrukken, teveel lawaai, te hysterisch gedrag, teveel oranje en oranje is nu eenmaal niet mijn kleur. Kortom, Koninginnedag vieren in een dorp als dit, is lang zo gek nog niet.

Zojuist hebben wij even een rondje gereden. We zijn even wezen tanken en onderwijl kreeg ik een korte rondleiding door de omgeving. Nou ja, rondleiding is een woord wat hier niet echt van toepassing is. Dit dorp is meer een straat. Een supermarkt hebben ze wel, maar ook hier is het woord supermarkt teveel van het goede. De buurtsuper past hier beter. Zo´n winkel die alles voor de hoofdprijs verkoopt, omdat je toch nergens anders terecht kan. Net als op de camping.
Het is zo groot als een huis. Geen groot huis. Nee, een kleiner dan gemiddeld huis. Een minihuisje. Het heeft niet eens de grootte van een gemiddeld rijtjeshuis in de Randstad. En nog erger, hij was niet eens open. Als je nu je boodschappen wilt binnenhalen, moet je minimaal 7 kilometer rijden.

De vraag was dan ook of het tankstation, waar we wilden tanken, wel open zou zijn. Ja, het is maandag (al voelt het als zondag) en nee, het is geen Christelijke feestdag. We gokten het er op. En…we hadden geluk. Het tankstation was open. Het voelt als een geluksdag.
De weg er naar toe was prachtig. Heerlijk rustig. Weinig verkeer. Enkel wat fietsers en motorrijders, die overduidelijk genoten van het prachtige weer. Ik snap dat wel, want het is ook eindelijk eens mooi weer. En ik begrijp ook wel dat ook Friezen, ook al zijn ze wat apart, best wat zonnestralen kunnen gebruiken.
Feestelijkheden, zoals vrijmarkten en andere Koninginnedag-achtige praktijken heb ik hier niet gezien. Vlaggen met wimpels waren het enige wat mij aan deze nationale feestdag deden denken. Waar de muziek vandaan kwam, waar wij deze morgen mee zijn gewekt is voor ons beiden nog een raadsel. En dat zal het blijven.

Toch heb ik al, vanaf de avond dat ik hier naartoe reed, het gevoel dat ik terug ben gereisd in de tijd. En niet een paar jaar, maar een paar decennia terug in de tijd. De tijd dat iedereen er nog bij liep als èchte boeren en boerinnen en iedereen reed met paard en wagen.
Eerst dacht ik nog, omdat ik hier in het donker naartoe reed, dat het wellicht zou meevallen als ik het bij daglicht zou aanschouwen. Toch is mijn gevoel niet veranderd. Ik blijf me dan ook steeds afvragen wat een jong volwassen man als Paul Geertsma zoekt in een dorp als OudeBildtzijl. Wat is toch de gedachtegang erachter? Hoe kan iemand met zijn volle verstand denken: `Ja, hier ga ik wonen´? Natuurlijk kan ik begrijpen dat je als gepensioneerde hier gaat zitten om te kunnen genieten van de stilte en de rust. Of dat je als agrariër of veehouder hier je bedrijf wilt vestigen, want er is ruimte genoeg. Maar damn, Paul, WAT DOE JE????!!!!

Toch heb ik genoten. Genoten van het weekend. Genoten van de jong volwassen man, die blijkbaar niet geheel bij z´n volle verstand is, maar ok. Ik ben gewoon stapel op hem. En dat hij ooit de verkeerde beslissing heeft genomen om hier te gaan wonen, kan hij waarschijnlijk ook niks aan doen. Ik noem het maar een vlaag van verstandsverbijstering. Ooit komt het weer goed. Ooit realiseert hij zich dat er in andere plaatsen wél Sonnema wordt verkocht op elke hoek van de straat. Nu is het alleen te hopen, dat hij dit zich realiseert vóórdat hij met pensioen gaat.

Ik ga vanavond weer naar huis. Terug naar de bewoonde wereld. Terug naar Holland. Althans, ik hoop dat ze het hek voor me openmaken bij de grens en dat ze niet al te moeilijk doen bij de paspoortcontrole.
Oant sjen, Fryslân!

Humor!

Humor! Ze zijn trots dat Oudebildtzijl zich nu ook op internet kan presenteren als dorp. Beetje jammer dat de link je dan linkt naar...NIKS.

Gevangen in mijn eigen lichaam.

Ik zou zo graag hier een positief blog willen plaatsen. Een blog over hoe goed het met mij gaat. Er gebeuren namelijk heel veel leuke dingen in mijn leven. Leuke dingen, waar ik wel een heel lang verhaal over zou kunnen schrijven. Zou kunnen dus.
Helaas. Helaas overheerst een ander gevoel mijn blije ik. In mijn hoofd ben ik heel blij om wat er allemaal gebeurt. Ik ben blij met alle projecten, waar ik mij ´as we speak´ mee bezighoud. Toch komt er een maar. Een dikke vette MAAR.

Mijn lichaam. Mijn lichaam lijkt kapot. Mijn lichaam werkt niet mee. Mijn lichaam lijkt me in de steek te laten.  Het gaat op en af. De ene dag voel ik mij beter dan de andere. De ene dag heb ik meer pijn dan de andere.
Pijn. Pijn in mijn spieren en gewrichten. Pijn, die zich eerst beperkte tot mijn nek en schouders, lijkt zich te verspreiden over mijn gehele lijf(je).
Mijn rug, mijn ribbenkast, mijn heupen, mijn knieën, mijn bovenbenen, mijn armen, mijn schouders, mijn nek. Eigenlijk alles. En als je me zou vragen of ik een verkeerde beweging heb gemaakt of dat ik misschien iets raars heb gedaan…het antwoord is nee. De pijn is er gewoon.
Het rare is, dat ik het niet alleen voel als ik beweeg, al moet ik bekennen dat het dan wel het ergst lijkt, maar ik voel de pijn 24/7. Pijnstillers of niet. Het is er. En het lijkt niet weg te gaan.

Ik moet naar een dokter. Naar een dokter, omdat het niet langer meer gaat. Ik ben al een keer eerder bij de huisarts geweest en heb ook al een paar sessies bij een fysiotherapeut gehad, maar dat was niet genoeg. Dit voelt niet goed. Ik moet die malle molen in.
Ik roep nu wel heel stoer dat ik dat moet, maar ik heb het niet voor niets zo lang uitgesteld. Ik haat dokters. Nog erger, ik haat ziekenhuizen. Ja, ik weet het. Als ik niks doe, weet ik ook niks en blijf ik zitten met mijn klachten.
Ja, ik ben een angsthaas. Een vreselijke bange broekenpoeper. Bang voor een uitslag, maar ook bang voor géén uitslag. En dan?

Wat als ze niks vinden? Wat als ze niet kunnen vinden waar de pijn vandaan komt? Kom ik er dan ooit vanaf? Moet ik er mee leren leven? Moet ik de pijn accepteren? Moet ik de rest van mijn leven aan de pijnstillers?
Andersom geldt de angst precies hetzelfde. Wat als ze wat vinden? Wat zullen ze vinden? Als ze wat vinden, is het dan te verhelpen? Hoe erg is het? Wat is het?

Ik ben misschien een zwartkijker. Wellicht moet ik het ook allemaal positiever bekijken, maar in dit geval weet ik gewoon even niet hoe. Ik ben bang.
Ik ben een dertiger, gevangen in een lichaam van een bejaarde.

Vandaag, precies één jaar geleden.

Een jaar lang.
Een heel jaar lang mijn eigen ding.
Vanaf de grond af opnieuw opgebouwd.
Met niks begonnen.
Opnieuw begonnen.
Alles helemaal zelf gedaan.
Zonder hulp.
Helemaal alleen.

Alles was me afgepakt.
Alles had ik op moeten geven.
Nooit ben ik bij de pakken neer gaan zitten.
Nooit heb ik opgegeven.
Ik ben opnieuw begonnen.
Helemaal opnieuw.

Een jaar lang.
Een jaar vol veranderingen.
Een jaar vol gebeurtenissen.
Een jaar, waarin ik mezelf heb leren kennen.
Een jaar, waarin ikzelf ben veranderd.
Een jaar vol nieuwe dingen.
Een jaar vol nieuwe mensen.
Een jaar, waarin ik veel heb moeten loslaten.
Een jaar vol strubbelingen.
Een jaar, waarin ik ontzettend veel heb geleerd.
Een jaar van zelfstandigheid en onafhankelijkheid.
Een jaar.
Een heel jaar lang.

Vandaag, precies één jaar geleden, kreeg ik de sleutel van mijn eigen appartement.
Vandaag, precies één jaar geleden, ondertekende ik
Vandaag, precies één jaar geleden, werd ik de trotse eigenaresse van een prachtig appartement.
Vandaag, precies één jaar geleden, werd ik een ´groot´ grondbezitster.

Het is mijn eigen stukje trots.
Mijn eigen paleisje.
Afgelopen jaar is geen makkelijk jaar geweest.
En het is nog steeds niet makkelijk.
Ik zal moeten knokken voor de plek waar ik nu ben, om deze vast te kunnen houden.
Ik ga ervoor.
Met eigen handen heb ik dit opgebouwd.
En nooit, maar dan ook nooit, zal iemand mij dit jaar afpakken.
Vandaag een emotionele dag.
Terugkijkend op een onstuimig jaar.
Toch ben ik trots.
Heel trots.
Hoe moeilijk het mij ook gemaakt is.
Ik heb het al een heel jaar, gigantisch goed voor elkaar.
Ik heb dit gedaan!
En niemand anders.

120 woordenwedstrijd

Gisteren heb ik meegedaan aan een 120-woordenwedstrijd en een verhaal ingestuurd om te kijken hoe ver ik kom. Het thema is metamorfose en zoals de naam van de wedstrijd al doet vermoeden, moet de tekst uit exact 120 woorden bestaan.
Drukken jullie allemaal even de ‘waardeerknop’ in op de site?

Strandwandeling

Terwijl ik langs de waterlijn loop op het strand, zie ik de zon langzaam zakken. Steeds een beetje verder. Alles verandert. De wind waait steeds
harder. De eerder, door de zon verlichte, duinen worden donkerder. Het zeewater wordt woester. De meeuwen, die eerder nog rustig ronddrentelden op het zand, vliegen nu schreeuwend boven het water.
Ik wandel verder. Het wordt langzaamaan kouder. De mensen trekken hun jassen aan en pakken hun spullen. Ze gaan naar huis.
Ik slof nog even verder met mijn blote voeten door het koude, natte zand. De zon is inmiddels donker oranje en voor de helft onder. En de blauwe heldere lucht is inmiddels roze en paars. Ik geniet, terwijl mijn wereld aan het veranderen is.

Samen gesmolten zielen.

Ik loop door het park. Ik geniet van de zonnestralen in mijn gezicht. De wind waait zachtjes door mijn haren. Ik snuif de frisse lucht op. Ik schop een steentje vooruit, terwijl ik rustig doorwandel. Ik blijf even staan en kijk om me heen. Plotseling zie ik daar jou.
Daar zit je. Alleen. Op een bankje in het park. Ik sta achter je en aanschouw hoe jij voor je uit zit te staren. Ik weet niet wie je bent en weet niet waarom, maar ik moet naar je kijken. Mijn blik wordt als een magneet naar je toegetrokken. Ik kan gewoonweg niet wegkijken. Plots draai jij je om, omdat jij mijn ogen in je rug voelt branden. Vreemd, ik zie je gezicht niet. Ik zie alleen een masker. Een zwart donker masker. Het masker zit heel strak om je gezicht heen gespannen. Het ziet eruit alsof het niet van je gezicht af te krijgen is. Ik schrik en kijk snel weg, maar het was te laat. Jij had mij al gezien.
Ik draai me om en wil weglopen, maar iets houdt me tegen. Alsof ik vastgenageld aan de grond zit. Alsof er lood in mijn benen zit.

Jij staat op en loopt op me af. Nog harder probeer ik weg te komen van de plek waar ik sta. Het lukt niet. Elke stap die ik probeer te zetten, lijkt mij alleen maar dichter naar jou te brengen, dan verder van je vandaan. Hoe hard ik het ook probeer.
Enkele seconden later voel ik jouw hand op mijn schouder. Ik draai me voorzichtig om. Mijn ogen zijn naar beneden gericht, want ik durf je niet aan te kijken. Ik ben bang dat je ziet dat ik opnieuw schrik van je masker. Als ik toch op durf te kijken, zie ik tot mijn verbazing dat je masker weg is. Met één hand heb je mijn schouder vast en in je andere hand zie ik  het masker.

Onze blikken vinden elkaar. Ik kijk in je ogen. Ik kijk in je ziel. Ik zie jou. Jij ziet mij. Die ene blik is voldoende. Op hetzelfde moment dat onze ogen elkaar vinden, valt jouw masker in het gras. Met een doffe klap hoor ik hem vallen.
De hand, waarin jouw masker had gezeten, vindt de mijne. Onze vingers zijn ineen verstrengeld. Jij trekt me tegen je aan. Je houdt me vast. Ik leg mijn hoofd tegen jouw borst en ik voel het kloppen van je hart. De spanning en de angst, die ik had toen ik merkte dat je op me af kwam lopen is direct verdwenen. Een deken van rust slaat zich om mij heen. De wereld om mij heen is even niet meer belangrijk. Jij en ik. Wij samen. Samen met de stilte en de rust.

Mijn ogen gaan opnieuw op zoek naar de jouwe. Gevonden.
Seconden, die minuten lijken te duren, blijven we elkaar aankijken. Geen woord wordt er gesproken. Woorden zijn niet nodig. Onze ogen spreken boekdelen. Onze zielen smelten samen.
Jij leest mij en ik lees jou. Jij begrijpt mij en ik begrijp jou.
In jouw ogen zie ik je pijn. Ik zie je verdriet. Maar ook zie ik geluk en liefde. Veel liefde. Ik zie hoe mooi je bent. Ik zie een prachtig mens.

Plots realiseer ik me dat ik niet eens weet wie je bent. In eerste instantie schrik ik daarvan, maar al snel maakt het me niets meer uit. De man met het masker, die ik op het bankje zag zitten, waar ik in eerste instantie van schrok, is meer dan enkel en alleen de man met het masker. Het is een prachtmens. Een mens met een verhaal. Het is een bijzonder mens. En zonder masker is het een nog mooier mens dan dat het al was.

Zonder je hand los te laten, zonder wat te zeggen, buk ik, raap je masker op en neem ik je mee. In stilte blijven we wandelen. Genietend van de zon, de wind, de rust en stilte en van elkaar. Waar we heen wandelen weet ik niet. Dat maakt ook niets uit. We bewandelen het pad en we zien wel waar het ons brengt.
En dat masker? Dat masker bewaar ik voor je. Je zal het wellicht ooit nog eens nodig hebben.

 

 

IK KOM ER AAN!

Zoals velen van jullie wel weten ben ik sinds een tijdje bezig met een studie. Een studie copywriting welteverstaan. Een copywriter doet van alles en nog wat met woorden en teksten. Van reclames tot columns, van krantenartikelen tot brochures, teksten redigeren, website-teksten schrijven, bloggen, affiches etc. etc. Kortom alles waar woorden voor nodig zijn, kan een copywriter zich in verdiepen.

Nog nooit heb ik zo genoten van een studie. De opdrachten zijn leuk. De onderwerpen zijn interessant. Ik kijk met andere ogen naar reclames op tv en in tijdschriften, dagbladen etc. Ik luister anders naar radioreclames. Ik denk na over het hoe en het waarom. Ik probeer me in te leven in de denkwijze van de makers. AND I FUCKING LOVE IT!

Ik geniet met volle teugen. Niet alleen van de studie, maar ook van mijn uitzicht. Een uitzicht op een nieuw deel van mijn leven. Nieuwe kansen, nieuwe mogelijkheden. Een carrièreswitch. Klinkt stoer.

Heel veel dingen vallen op z’n plaats. Het één na het ander. Ik heb wat leuke projecten lopen en zicht op meer (nog leukere) projecten en alles wat ik doe is voor de toekomst. Míjn toekomst.
Ik ga rollen!

Dus hou me in de gaten.
IK KOM ER AAN!

Met mijn emmer en mijn schep.

Vandaag zat ik bovenop een berg.
Een zandberg, die ik helemaal zelf had opgebouwd.
Met mijn eigen emmer en een schepje.
Ik zat op het bovenste puntje te genieten van het uitzicht en de zon.
Hoog. Heel hoog, zodat ik heel ver over de uitgestrekte weide kon kijken.
Terwijl ik zat te genieten, bovenop mijn berg, was er onder aan mijn berg iemand aan het graven.
Diegene probeerde een tunnel te graven om van de ene kant naar de andere te komen.
Diezelfde persoon had alleen niet in de gaten dat mijn berg deels was opgebouwd uit zacht zand.
Hij groef en hij groef, totdat het gebeurde.
Ik voelde de grond langzaam onder mij wegzakken.
Mijn grote, hoge berg zand, waar ik zo heerlijk op genoot, stortte in.
Met mij er bovenop.
Ik kon geen kant op.
Ik viel.
Ik viel keihard naar beneden.
Dat deed pijn.
Ongelooflijk veel pijn.
Daar lag ik dan.
Alleen.
En niemand die mij overeind hielp.

Ik stond langzaam op.
Alles deed me zeer.
Ik voelde me gebroken.
Ik keek om mij heen.
Niemand te zien.
Ik pakte mijn emmer en mijn schepje en ik begon opnieuw.
Ik ben begonnen met het bouwen van mijn nieuwe berg.
Alleen deze keer zet ik er een hek omheen, voordat ik er bovenop ga zitten.
Een hoog hek, waar niet over heen te klimmen valt.
En de poort wordt vergrendeld met een slot.
Een slot die niet te openen is vanaf de buitenzijde.
Enkel en alleen door mij vanaf de binnenzijde.
Als mijn berg klaar is en het hek staat, klim ik er bovenop en ga ik weer genieten van het uitzicht en de zon.

 

Geef mijn portie maar aan fikkie.

Ik kan niet meer.
Het is op.
Genoeg heb ik er van.
Ik ben kapot.
Stuk.
Lichamelijk een wrak.
Hele dagen pijn.
Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat.
Geen minuut rust.
Zelfs niet als ik slaap.
Ik wil genieten van de lente.
Mijn lijf werkt gewoon niet mee.
Alleen maar pijn en willen slapen.
Zware ogen.
Draaierig hoofd.
Pijnlijk lijf.
Dag en nacht.
Stoned van de pijnstillers.
Wappie maar toch pijn.
Niemand die er iets aan kan doen.
Ikzelf ook niet.
Misschien de fysio.
Morgen.
Maar nu…

De koek is op.
Geef mijn portie maar aan fikkie.

Oei! Ik Groei!

Mijn leven is aan het veranderen. Ik ben aan het veranderen. En deze verandering bevalt me. Ik groei. En groeien is altijd goed.
Afgelopen weken heb ik weer een hoop verdriet mogen ervaren. Het klinkt misschien raar…´mogen ervaren´, maar ik weet even niet hoe ik het anders zou moeten omschrijven. Verdriet is nooit leuk. Ook dit verdriet is niet leuk, maar ik ben er door gegroeid.

Mijn relatie is voorbij. Mijn lief, want dat ís en blijft hij in mijn ogen, heeft ervoor gekozen zijn problemen alleen op te lossen. Zonder mij. Hij heeft uit liefde voor mij de relatie verbroken. Klinkt misschien raar, maar het is wel zo. Hij is van mening dat ik beter verdien, dat ik meer waard ben. Hij wil mij beschermen. Hij wil mij niet langer meesleuren in zijn rollercoaster van problemen. Geloof me, zijn problemen zijn van het kaliber FUCKING BIG SHIZZLE. En helaas, zijn die niet één, twee, drie op te lossen. Ik wil hem er wel bij helpen, maar ik kan hem er niet helpen. Hij moet dit zelf doen. En de afstand tussen ons, de letterlijke 3600 kilometers, maakte het er niet gemakkelijker op.
Ja, ik ben er stuk van. Ik had het liever anders gezien. Ik had liever gezien dat hij en ik zijn shizzle samen zouden aanvechten. Toch heb ik diep respect voor zijn keuze. Zijn keuze bevestigt voor mij alleen maar hoeveel hij van mij houdt.
We hebben en houden nog steeds contact. We zijn er voor elkaar als we elkaar nodig hebben. Alleen is de letterlijke afstand nu ook iets figuurlijker geworden. We hebben afstand van elkaar genomen. Afstand, zodat hij zich kan focussen om zijn leven weer op de rit te krijgen. Met mijn hele hart hoop ik, voor hem, dat dat heel snel gaat lukken. Dat verdient hij.

De eerste dagen nadat hij onze relatie verbrak ben ik er kapot van geweest. Ik heb tranen met tuiten gehuild. Ik heb pijn gevoeld, die ik in tijden niet had gevoeld.
Nu heb ik zijn keuze geaccepteerd. Ik heb me bij mijn verdriet neergelegd. Ik vind het nog steeds jammer en ik had het nog steeds liever anders gezien, maar ik heb besloten niet bij de pakken neer te gaan zitten. Niet meer. Die tijd is voorbij.

Ook hebben een hoop mensen mij afgelopen weken geprobeerd te kwetsen. Te kwetsen met hun mening, met hun woorden. Geloof me, sommige woorden en sommige meningen kwamen hard aan. Gisteren realiseerde ik me, terwijl ik met mijn liefste vriendje aan de telefoon was dat mijn schild dikker is geworden. Dat ik mijn balans aan het vinden ben. Misschien heb ik hem zelfs al gevonden. Ik zeg niet dat ik nooit meer uit balans kan of zal raken, want dat heb je niet zelf in de hand, dat doen factoren van buitenaf.
Ik realiseerde me dat wat anderen vinden en zeggen me raken, maar dat ik het makkelijker kan relativeren. Het ene-oor-in-andere-oor-uit-begrip is hier wel op z´n plaats.
Ook realiseerde ik me dat er maar een paar mensen zijn in mijn leven, die er ECHT toe doen. Echt maar een paar. Meer als één hand heb ik niet nodig om ze te tellen…familie daarbuiten gelaten.
Dat wil niet zeggen dat ik de anderen die in mijn leven rondwandelen niet lief heb. Integendeel. Ik heb het geluk dat ik heel veel lieve mensen om mij heen heb, alleen die paar, die er ECHT toe doen, zijn vrienden. De rest zijn ´gewoon´ geweldige lieve mensen die ik ken.
Ik heb daar vrede mee en ik kan daar heel goed mee leven.